X

IS EEN DNA-TEST IETS VOOR MIJ?

5 sterren in Apple en Google store

Capecitabine

Capecitabine is een zogeheten cytostaticum; een middel dat celgroei en celdeling remt. Het wordt ingezet bij de behandeling van diverse soorten kanker zoals borstkanker, maagkanker en darmkanker.

Capecitabine en het nut van DNA-analyse

De snelheid waarmee capecitabine in je lichaam wordt verwerkt, varieert per individu. Als gevolg hiervan zijn de effectiviteit en bijwerkingen van capecitabine deels te voorspellen op basis van je genen. Preventieve DNA-analyse kan daarom een belangrijk hulpmiddel zijn bij het optimaliseren van je medicatie.

Capecitabine en het enzym DPD

Capecitabine wordt in belangrijke mate verwerkt door het enzym DPD. Afhankelijk van je genetische aanleg kan de activiteit van dit enzym behoorlijk variëren, waardoor ook de werkzaamheid van capecitabine van persoon tot persoon kan verschillen.

Informatie over jouw genetische aanleg kan daarom reden zijn voor extra waakzaamheid met betrekking tot een behandeling met capecitabine.

Meer lezen over DPD-enzym »

Mogelijke bijwerkingen

Dit medicijn heeft een krachtige werking op de celdeling, niet alleen van kankercellen, maar ook van gezonde lichaamscellen. Hierdoor kunnen bijwerkingen ontstaan, bijvoorbeeld op plaatsen waar de cellen zich van nature snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van mond, maag en darmen, de huid, de haren en het bloed.

Door de lijst van bijwerkingen kan het lijken dat het middel erger is dan de kwaal. Maar de bijwerkingen komen lang niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Bovendien gaan de bijwerkingen na de chemokuur geleidelijk over.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig (bij meer dan 30 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, maagpijn, verstopping, brandend maagzuur en winderigheid. Deze bijwerkingen ontstaandoor ontsteking van de slijmvliezen van slokdarm, maag en darmen. Om maagpijn en brandend maagzuur te bestrijden, kan de arts een maagbeschermend middel voorschrijven. Bij misselijkheid schrijft de arts een middel tegen braken voor.Soms helpt het om vaker te eten, maar dan kleine beetjes. Om de misselijkheid te verminderen, moet u de tabletten binnen een half uur het eten innemen.
    Bij ongeveer de helft van de mensen ontstaat ernstige diarree. Zorg dat u extra drinkt als u diarree heeft en moet overgeven. Neem contact op met uw arts als u behalve uw normale ontlastingpatroon viermaal of vaker per dag dunne ontlasting heeft of als u ook 's nachts diarree heeft.
    Soms is het nodig om uitdroging te voorkomen met geneesmiddelen tegen diarree of een vochtinfuus. Ook als u vaker dan één keer per dag moet braken, moet u de arts waarschuwen.
  • Hand-voet-syndroom. De handen en voeten zijn pijnlijk, rood en gezwollen en kunnen tintelen of doof aanvoelen. De huid kan afschilferen en er kunnen zweren of blaren op de huid ontstaan. Waarschuw uw arts als u deze verschijnselen bemerkt.

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Pijnlijke mond, tong of keel. Deze bijwerkingen ontstaan door ontsteking van de slijmvliezen van mond en keel, en slokdarm. U kunt dit zien aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen. Eten en drinken kunnen hierdoor pijnlijk zijn. In veel gevallen helpt het om op ijsblokjes te zuigen, tijdens en direct na de chemotherapie. Tijdens de chemokuur kunnen ingrepen aan uw gebit of in uw mond de klachten verergeren. Daarom is het verstandig vóór u aan de chemokuur begint, uw tandarts uw gebit te laten controleren en eventueel behandelen. Verzorg uw gebit extra goed door een aantal maal per dag te poetsen met een zachte tandenborstel. Ook kunt u spoelen met een desinfecterende mondspoeling.
  • Verlies van eetlust en smaakverlies. Als u veel minder dan normaal kunt eten, overleg dan met uw arts of de verpleegkundige.
  • Ernstige vermoeidheidhoofdpijn en duizeligheid.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Droge huid, huiduitslag, jeuk, huidverkleuring en nagelaandoeningen.
  • Haaruitval en kaalheid. Niet alleen van hoofdhaar, maar ook van wenkbrauwen, wimpers, oksel- en schaamhaar. Na de behandeling zal het haar na ongeveer een maand weer gaan groeien.
  • Koorts, grieperig gevoel, hoest, keelpijn, loopneus en luchtweginfectie.
  • Longproblemen. Krijgt u last van benauwdheid, hoest u bloed op of voelt u een stekende pijn op uw borst? Neem dan contact op met uw arts.
  • Oogirritatie en tranende ogen, zeer zelden minder goed kunnen zien of dubbelzien.
  • Hoofdpijn.
  • Doof of tintelend gevoel in handen of voeten. Zeer zelden zenuwbeschadiging. Merkt u een doof of tintelend gevoel? Raadpleeg dan uw arts.
  • Spier- en gewrichtspijnpijn op de borst, rugpijn. Zeer zelden pijn in de botten.
  • Bloedarmoede en meer kans op infecties. Dit komt door te weinig rode en witte bloedcellen. Daardoor kunt u bijvoorbeeld last krijgen van bloedneuzen. Neem contact op met uw arts bij de volgende verschijnselen: extreme vermoeidheid, onverklaarbare koorts of keelpijn, blaasjes in de mond of keel, verkoudheid, griep, steenpuisten of andere huidinfecties.
    Neem ook altijd contact op met uw arts bij infecties als verkoudheid, keelontsteking, griep, steenpuisten en andere huidinfecties. Soms is het nodig de dosering te verlagen of de volgende toediening uit te stellen. Soms zijn er medicijnen mogelijk om de aanmaak van bloedcellen te stimuleren. De arts zal uw bloed daarom tijdens de behandeling regelmatig laten controleren. Het bloed herstelt zich weer als de kuur is afgelopen.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Hartaandoeningen, zoals pijn op de borst bij inspanning, een hartaanval en hartfalen. Raadpleeg uw arts als u vocht vasthoudt (dikke enkels), hartkloppingen heeft of pijn op de borst krijgt.
  • Een verhoogd risico op hartritmestoornissen. U kunt last krijgen van plotselinge duizelingen of kortdurend buiten bewustzijn raken. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengde QT-interval hebben hier meer kans op. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft. Overleg hierover met uw arts.
  • Ontsteking van de lever. Bij plotselinge hevige pijn in bovenbuik, gele verkleuring van het oogwit of van de huid, vermoeidheid, koorts of donkere verkleuring van de urine moet u direct een arts waarschuwen.
  • Ontsteking van de maag en dikke darm. U heeft dan last van veelvuldige, waterdunne diarree met buikpijn, krampen en soms koorts of bloed in uw ontlasting. Neem dan direct contact op met uw arts.
  • Oorpijn en draaiduizeligheid.
  • Bewegingsstoornissen. U kunt onhandig zijn in uw bewegingen en moeite hebben duidelijk te spreken (te articuleren)
  • Plasproblemen, zoals ongewild urineverlies of bloed in uw urine. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.
  • Gevoelige rode bultjes, die zich ontwikkelen tot blaren en loslating van de huid. Dit kan wijzen op een ernstige huidaandoening. Raadpleeg onmiddellijk uw arts als u hier last van heeft en neem uw tabletten capecitabine niet meer in tot u advies heeft gekregen van uw arts.
  • Dit medicijn kan de huid gevoeliger maken voor UV-licht (zon, zonnebank, UV-lamp). Blootstelling aan zonlicht, zelfs voor korte perioden, kan huiduitslag, jeuk, roodheid en andere verkleuring van de huid of ernstige verbranding door de zon geven. Begint u net met dit geneesmiddel? Blijf dan uit direct zonlicht, met name tussen 10.00 en 15.00 uur. Draag ook beschermende kleding, waaronder hoed en zonnebril en gebruik een zonnebrandmiddel en lippenbalsem met sun-block van minimaal factor 15. Ga ten slotte niet onder de zonnebank. Als u een ernstige reactie op de zon krijgt, neem dan contact op met uw arts.
  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dat aan huiduitslag, galbulten of jeuk. Raadpleeg dan uw arts. In zeer zeldzame gevallen ontstaat een ernstige overgevoeligheid. Dit is te merken aan: koorts, ernstige benauwdheid, opgezwollen mond, tong, keel of gezicht, huiduitslag, ademhalingsproblemen, flauwvallen, blaren op de lippen en op de slijmvliezen van de mond en geslachtsdelen. Stop in deze gevallen met dit medicijn en waarschuw meteen een arts of ga naar de Eerstehulpdienst. Als u overgevoelig bent, mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef dat door aan de apotheker. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

Neem contact op met uw verpleegkundige of arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen. Soms is het nodig de dosering aan te passen zodat de bijwerkingen verminderen. Soms ook zal de arts een ander medicijn voorschrijven tegen de bijwerkingen.